Categorie archief: verhalen (en -achtige dingen)

Gedicht // Ego Femina // Deel I // draad.

Lang geleden was er eens een kortverhaal: “Zij” genaamd. Later kwamen er verschillende gedichten en verhaaltjes die rond dat thema hingen, en werd de titel naar “Femina” veranderd, om er nog iets later het woordje “Ego” voor te zetten. Ook de tekst rijpte ondertussen verder, tot ik er in 2012 de FRAPPANT TXT-finale mee haalde nadat ik in de voorronde in de bibliotheek van Willebroek als overwinnaar uit de bus was gekomen. Dat feit inspireerde me om er een rechtstreeks vervolg op te schrijven: “Ego Femina – deel II”. Beide delen vormen uiteindelijk het begin- en sluitstuk van mijn bundel “Wachten op neerslag”.
Ondertussen zijn er een zevental jaren en twee bundels verstreken (“Wij hadden onze namen nog” en “#Doordrammer”) sinds het officieel verschijnen van het kortverhaal, en nog vele jaren meer sinds ik de eerste versie ervan schreef. Ondertussen is er veel gebeurd, maar de tekst is blijven leven. Onlangs schreef ik een nieuwe (onuitgegeven) bundel en noemde hem “draad”. Meer nog dan een bundel, is het één lang gedicht, 50 bladzijden lang. De basis voor dat gedicht is “Ego Femina”, waarvan ik de tekst helemaal heb herschreven in dichtvorm en doorweven en aangevuld met een hele hoop gloednieuw, naadloos aansluitend materiaal. Uit die korte tekst die ooit één van mijn hardste stukjes proza was, is nu dus, vele jaren later, mijn meest persoonlijke werk gegroeid. In de slideshow hieronder kan je alvast een stukje lezen/bekijken:

“Ego Femina – deel I” in dichtvorm.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Advertenties
Getagged , , , , , , ,

Doorn

Ik heb ooit een zoon gehad. Het is al heel lang geleden, ik was nog niet eens geboren.

Zijn naam was Doorn en voor zover ik weet had hij zijn hele leven alleen geleefd. Dat leven deed hij meestal niet zo slecht, en hij woonde ook wel knusjes.

Hij had zijn huisje laten kantelen toen het bijna af was, zodat hij nog een groot raam en een deur in de vloer kon plaatsen en met de meubelen de zijwand kon bedekken. In een hoek achteraan bij wat eerst het plafond zou zijn geweest stond een stoel met daarrond vier tafeltjes. Op het eerste tafeltje lag een krant, op het tweede een tijdschrift, op het derde een roman van wel vijfhonderd bladzijden en op het vierde tafeltje lag niets, voor het geval Doorn een keer niets wilde doen.

Elke ochtend, behalve woensdag, stond hij om zes uur op om te gaan werken als zakdoekverkoper. ’s Middags at hij boterhammen met kaas en paardenvlees naast het bankje bij de kerk, en dronk hij koffie uit een groene thermoskan.

Wanneer ’s avonds de andere werkmensen van het dorp wederkeerden, ging ook hij naar huis om soep en pap te eten in de keuken, op een oude krant naast het fornuis.

Bij het uitgaan van de zon legde hij zich, steeds moede, te slapen in een kamertje achteraan zijn woonst. Dan keek hij nog even naar de ingekaderde tekening van hoe zijn moeder en ik eruit zouden hebben moeten zien en liet ook hij het licht uitgaan.

Op woensdag werkte Doorn niet en stond hij niet op tot hij wakker werd. Als dat gebeurde, waste hij zich en ging hij de honden voederen in het park. Ook keek hij die dag wel eens met veel graagte naar de meisjes, maar nooit nam hij er eentje mee naar huis.

Nee, voor zover ik weet had hij zijn hele leven alleen geleefd, en dat deed hij meestal niet zo slecht.

Op zijn laatste dag, toevallig een donderdag, was Doorn midden in de nacht opgestaan om te sterven, en dan ging hij lachend door de voordeur naar de hemel.

 

Jürgen Nakielski

Getagged , , , , ,

“Wachten op de sasquatch”

Tussendoor is het tijd voor iets nieuws. En tegelijk iets ouds. Toen ik mijn eerste stappen zette op het internet, als jonge snaak, hield ik me op het toenmalige forum van JimTV bezig met het plaatsen van verhaaltjes in vervolgvorm. Het was leuk, en ik wist zelf meestal ook niet waar het naartoe zou gaan. Dat was spannend, voor mezelf én voor een handjevol volgers op dat forum. Dat wil ik opnieuw doen. Het forum van JimTV is niet meer, maar het internet is nog zo veel groter. Hip is het niet wat ik doe, maar ik vind het leuk. Daarom.
#wachtenopdesasquatch.

“Wachten op de sasquatch” is een vervolgverhaal. Op tijd en stond verschijnt er een nieuw deeltje van het verhaal. Er is nog geen genre. Er is nog geen einde. Laat je verrassen. Duik mee in het verhaal. Begin bij het begin. En volg.

Klik hier om naar het vervolgverhaal te gaan…

Deze site wordt vernietigd wanneer het verhaal ten einde is. Vraag niet wanneer.

cropped-woods-3176766_960_7201

Getagged , , , , , ,

Doe eens een bundeltje cadeau … :)

De feestdagen zijn onderweg. Heb je vrienden of vriendinnen die graag eens iets lezen? Hier alvast een leuke cadeautip. Niet te duur, niet te groot, weegt niet veel. Het is maar een idee natuurlijk 🙂

Klik hier, en bestel meteen (als je wil natuurlijk).

nakielskibundels

Getagged , , , , , , , , ,

#Doordrammer!

 Mijn derde bundel bij Uitgeverij Het Punt is een feit. 

Koop hem hier!

“#Doordrammer!” is een 103 bladzijden tellende verzameling niet-gepubliceerde, maatschappelijk geladen gedichten, (mini-)columns en scherpe, al dan niet humoristische intermezzo’s. Er is ook een plaats voor mijn drie jaaroverzichten in dichtvorm.
Meer info over de release en voorstelling(en) volgt nog. Tot binnenkort!

#Doordrammer blog

16990402_10155085645994288_343276931_o

 

Getagged , , ,

Waterlanders.

Hij leefde nog. Ik kon het zien aan zijn kieuwen.
Om een of andere reden was hij gestopt met zwemmen. Moe of ziek of zomaar. Hij kon niet verder.

Ze haalde hem uit het water en hield hem voor me uit.
“Je mag hem niet aaien met je droge handen.”  zei ze.

Doe ik niet. Hij zou me toch niet vertrouwd hebben. Vissen doen dat niet. Zij maken het zichzelf nooit zo moeilijk. Ze legde hem in onze emmer, half gevuld met water, en zo snel we konden fietsten we klotsend naar het kleine vijvertje aan het eind van de wijk. Het water zag er daar properder uit dan hier. Er dreef in ieder geval minder huisvuil rond.

Ik moest de emmer dragen en ik deed dat met plezier.

Toen we aankwamen aan het vijvertje was hij dood. Ik kon het zien aan zijn kieuwen.

Hoe sterft een vis? Zou hij zich zijn leven herinneren? Wat zou hij voelen? Misschien wist hij dat hij doodging. Misschien net niet.

Ik liet mijn fiets vallen in het gras en mezelf zakken op de grond. Was het mijn schuld dat hij is doodgegaan? Dit heb ik niet gewild. Daar kwamen de waterlanders.

Zouden wij met graagte
vallen
als dwarrelend
zonder onszelf pijn te doen
maar met steeds
diezelfde bestemming

Onderaan
daar waar zwaarte
haar verlangen legt
haar wil
haar doel
en spreken
noch zwijgen
ertoe doet

Ze kwam voor me staan. Ik weet niet meer hoe ze me troostte maar ze deed het. Misschien zei ze zelfs helemaal niets, maar het deed wel iets met mij, alsof ik zelf een vis was die van het vuile in het propere water terechtkwam. En of ik leefde. Dat kon je zien aan mijn kieuwen. Sowieso, dat wist ik wel zeker!

Getagged , , , , ,

“Wij hadden onze namen nog” – nu te koop!

Dan toch. Nadat ik de beslissing had genomen om deze poëtische novelle niet te publiceren, ging ik de dingen plots helder zien. Ik gooide alles overhoop en de helft weg en nu ligt “Wij hadden onze namen nog” te blinken (nu ja, het blinkt niet echt) voor mijn neus. Het kleinood is verkrijgbaar via o.a. deleeswinkel.be

Wij hadden onze namen nog

[LEES HIER EEN FRAGMENT]

Kijk het komende jaar ook uit naar mijn KALENDER. Misschien kom ik wel ergens in de buurt.

Een gastbijdrage van mijnentwege (goh, wat een belegen woordgebruik) over de totstandkoming (hupsakee) van “Wij hadden onze namen nog” is te lezen op thisishowweread.be. Nieuwtjes in verband met mijn schrijfsels en optredens kan u gerust volgen via facebook.

 

Getagged , , , , ,

Woensdagbloesem (uit “Wachten op neerslag”)

Ik zit op een bankje in het park. Doe ik elke woensdag. De bloesems boven mijn hoofd houden mijn glimlach op zijn plaats. Het zijn mooie dagen.

Langs me heen loopt een meisje. Doet ze elke woensdag. Haar naam weet ik niet, maar ik schat haar een jaar of tien. Ze draagt een mandje onder haar arm. Bloemetjes en elastiekjes. Zelf heb ik nooit gezien wat ze daarmee doet, maar als ik in de vooravond huiswaarts slof zie ik de bloemetjes, vastgemaakt aan elk dood beest langs de kant van de weg.

Ze kijkt naar mij. Ik weet niet wat te zeggen. Ik glimlach. Ze lacht zo mooi.

“Straks goed je handjes wassen, hé liefje?” zeg ik.

Ze geeft me een bloem en loopt verder. Ze ruikt nog fris.

Aan de overkant van de straat slentert een man bij de geldautomaat. Doet hij elke woensdag. Hij pakt de afschriftjes op die de mensen laten liggen. Hij snuffelt, ruikt, fantaseert, kan de schuld voelen aan de kreukjes. Ik stap op hem af en geef hem mijn ticketje van deze middag. Het kan hem maar gelukkig maken.

De nacht valt. Doet hij elke woensdag.

Aan de andere kant van de stad zit een meisje op haar bed. Naast haar een mandje. Bloemetjes en elastiekjes. Ze kijkt uit het raam. Ze weet niet wat te doen. Haar vader komt voor haar staan, broek op de enkels. Ze pakt zijn lid en streelt het tot het groter wordt. Dan steekt ze het in haar mond. Ze weent. Doet ze elke woensdag. Het is voorbij. Hij trekt zijn broek op, gaat diep in zijn zakken en geeft haar een stapeltje bankafschriften.

“Hier is je geld.” zegt hij, “En nu goed je handjes wassen, hé liefje?”

Ze geeft hem een bloem en loopt naar de badkamer. Ze ruikt nog fris.

Hij streelt zacht de lakens waarop ze heeft gezeten, snuffelt, ruikt, fantaseert, kan de schuld voelen aan de kreukjes.

 

[tekst uit de bundel “Wachten op neerslag” (ISBN 9789460791208) – bestelbaar via http://www.deleeswinkel.be/wachten-op-neerslag.html]

wachtenopneerslagjpg

Getagged , , , , , ,

[fragment] :: “Wij hadden onze namen nog”

Klasfoto. Ik ben al namen vergeten. Er zijn doden bij, dat weet ik. Wij blijven over.

Daar sta ik, links. Ik lachte want dat hoorde zo.

Ik droeg een afdragertje van een trui, van mijn vader godbetert. De kleuren van de sixties en hij prikte. En ik had het nog steeds koud.
Afdragertjes moeten kunnen, vind ik nu, maar ook werken. Moest ik kinderen hebben, ik zou ze de kunst van het afdragen leren, als ze dat maar willen. Als ik mijn familiekleren vroeger zelf mocht kiezen, vond ik het nog wel leuk. Een voetbalbroek van mijn oom werd mijn paar nieuwe clownspijpen, met de oude handschoenen van oma was ik Michael Jackson en ik heb me nog maar zelden zo’n echte man gevoeld als toen ik voor het eerst de bretellen van mijn grootvader omdeed.
Breed hadden ze het niet, mijn ouders, maar ze deden wat ze konden en ze deden het samen.

Daar staat zij, bij het midden. Ook zij lachte, maar dan echt en soms naar mij. Daar moest ik het gaan zoeken, wist ik toen. Dat dacht ik wel vaker, maar dat was anders. Daar wilde ik het gaan zoeken, en durfde. En daar vond ik het ook. De ware liefde. Toen wist ik niet wat dat was.
Verder dan af en toe een heel klein zoentje bestond niet, niet voor ons. En hand vasthouden zo lang we konden. En samen spelen, toen dat spelen nog een spel was voor iedereen en ook voor ons.
Ik hield van haar. Dat durf ik nu wel zeggen. Toen was dat iets voor grote mensen en die geloofde ik niet. Wij wisten beter. Wij waren beter. Wij waren klein.

Ik ben niet helemaal geworden wie ik toen dacht te willen zijn, maar als kind was ik ook wel eens mis.
Groter nu, en zwaarder, en schouders die gedragen hebben en een hoofd dat voller zit, vanbinnen en vanbuiten. En een baard die er anders uitziet dan de baard die ik mezelf vroeger gaf met stift, penseel of potlood, maar waar ik best tevreden over ben zoals grote mensen tevreden kunnen zijn: genoegen nemen met een trapje lager dan geluk, want overdaad schaadt. Altijd.

Getagged , , , , , ,

zomaar.

“Ik maak mijn eigen leegte wel.” zei je. En je verdween. Zomaar.
En net zo zomaar volgde ik.

“Verdwijnen wordt overschat.” dacht ik nog, terwijl ik vulde wat jij achterliet.

Getagged , , , , , ,
Advertenties